In het scheppingsverhaal van de Bijbel lezen we dat God alle levende wezens schiep.
De dieren, insecten en alles wat leeft.
En zag dat het goed was.
Dat betekent ook:
niet alleen wat wij als “nuttig” beschouwen, maar alles wat leeft heeft een functie.
- Ook micro-organismen.
- Ook bacteriën.
- Ook de onzichtbare wereld.
Alles had een plaats.
Alles had een rol.
En vooral : alles was in balans.
Waarbij de mens de opdracht kreeg hierover te waken/regeren.